Frank Bekkers
“Nederland moet opkomen voor eigen belang”
Gesprek met Frank Bekkers, Veiligheid
Welke rol speelt ‘veiligheid’ binnen het programma Strategy & Change?
‘Veiligheid op straat en in de wijk’ is een belangrijk politiek thema. Maar veiligheid is een veel breder begrip. Het omvat bijvoorbeeld ook terrorisme, klimaatverandering, competitie om schaarse grondstoffen, internationale piraterij, grensoverschrijdende misdaad, massamigratie en het risico op een pandemie. We zijn ons er niet altijd van bewust, maar ook deze vormen van veiligheid zijn bepalend voor de kwaliteit van onze samenleving. Wat mogelijk een afgezonderd domein lijkt van verre conflicten of vage dreigingen die weinig te maken hebben met onze dagelijkse realiteit, raakt in werkelijkheid rechtstreeks ons welzijn en onze welvaart. Zonder olie-import bijvoorbeeld komt onze economie snel tot stilstand. Die olie is voornamelijk afkomstig uit instabiele gebieden en ook de aanvoerroutes worden bedreigd. De Golf van Aden of de Straat van Hormuz komen dan opeens dichtbij.
Wat is er veranderd?
Na het einde van de bipolaire wereld van de Koude Oorlog dachten we even dat de democratie en vrije markteconomie overal en iedereen ten goede zou komen. George Bush senior sprak van een ‘nieuwe wereldorde’: onder leiding van de Verenigde Staten was wereldwijde vrede en voorspoed dichterbij dan ooit. Ontwikkelde landen behielden hun rijkdom terwijl ontwikkelingslanden uit het dal zouden klimmen. Die droom is niet uitgekomen. In plaats daarvan zien we spanningen om schaarste, ecologische druk op de aarde en ideologische verschillen.
Daarom moeten we een omslag maken naar het denken in belangen. De meeste onder ons realiseren zich dat pas sinds kort. We hebben de roze bril afgedaan en de realistische bril weer opgezet en zien dat we moeten opkomen voor onze eigen belangen. Daar is niets mis mee. We herontdekken de waarheden die er altijd al waren. Een welvarende, veilige samenleving ontstaat niet zomaar. Schaarste en conflict zijn inherent aan het menselijke bestaan.
We moeten de onderlinge afhankelijkheden en soms tegengestelde belangen onder ogen durven zien. En we moeten zelf verantwoordelijkheid nemen door allianties te sluiten vanuit een welbegrepen eigenbelang. Vaak met onze traditionele bondgenoten, maar misschien ook met nieuwe partners of wisselende partners. Op die manier zorg je ervoor dat botsende belangen niet leiden tot werkelijke botsingen.
In het geopolitieke machtsspel moet je beschikken over machtskaarten, zowel militair als economisch, diplomatiek en moreel. Als democratie en rechtsstaat beschik je bijvoorbeeld over de macht van het voorbeeld. Dat moet je niet gebruiken op een arrogante manier, maar het geeft Nederland wel recht van spreken.
Maar dat is toch een eeuwenoud spel? Wat is daar nieuw aan?
Internationale machtsverschuivingen en technologische ontwikkelingen gaan razendsnel, veel sneller dan ooit tevoren. Radicale veranderingen voltrekken zich niet meer over de generaties, maar binnen generaties. Bovendien is het allemaal veel ingewikkelder geworden omdat door de mondialisering alles en iedereen elkaar beïnvloedt.
Veranderingen veroorzaken instabiliteit omdat ze zoveel sneller gaan en direct effect hebben op ons dagelijks bestaan, op onze manier van leven. In ons kleine veilige uithoekje van de wereld, omringd door vrienden, zijn we aan een uitzonderlijke luxepositie gewend geraakt. Daardoor is de weerbaarheid voor tegenslagen veel minder geworden en de angst voor verandering groot. Je kunt je afvragen of we in Nederland de enorme wereldwijde dynamiek wel goed beseffen en aankunnen. Tegelijk is onze welvaart niet meer zo vanzelfsprekend. Dat maakt ons kwetsbaar. De financiële crisis is wat dat betreft een interessante testcase.
Wat moet Nederland doen?
Er is geen kant en klare oplossing of formule. Het begint ermee dat we ons moeten realiseren dat we kwetsbaar zijn. Dat de snelle mondiale veranderingen consequenties hebben voor ons en voor onze positie in de wereld. We moeten duidelijk bepalen wat we willen. Hoe moet Nederland zich voor de toekomst positioneren? Als we denken in termen van vitale belangen, dan zullen we bijvoorbeeld moeten concluderen dat de krijgsmacht niet los te denken is van ons welzijn. Dan doel ik niet alleen op territoriale veiligheid, maar ook op ecologie, duurzaamheid en stabiliteit. Om die problemen het hoofd te bieden hebben we bondgenootschappen nodig.
Waarom?
Je kunt niet eindeloos door het leven als ‘free rider’, profiterend van de veiligheid die andere grotere machten voor je verschaffen. Je houdt het misschien een tijdje vol, maar uiteindelijk val je af. Dat is een zeer onverstandige politieke keuze. Als iedereen dat doet, stort het veiligheidssysteem in elkaar, dan krijg je een domino-effect.
Je kunt dus niet één-op-één geld weghalen bij defensie en dat uitgeven aan zorg, omdat de binnenlandse publieke opinie daar meer belang aan hecht. Dan verlies je internationaal je relevantie, je geloofwaardigheid. Je moet iets te bieden hebben als je gezamenlijk belangen wilt veiligstellen.
Wat moet Nederland te bieden hebben?
We moeten speerpunten kiezen waar we goed in zijn. Dat geeft meerwaarde die bij alliantievorming goed te pas zal komen. En je moet flexibel zijn, niet alleen in de dagelijkse taakuitvoering maar ook in de algehele strategie. De snel veranderende omgeving dwingt wellicht tot hele andere prioriteiten, taken en structuren. Wij noemen dat strategische lenigheid. Strategische lenigheid vereist vrijheid van handelen. Jezelf vrijspelen, niet jezelf vast manoeuvreren zoals we in Afghanistan hebben gedaan. Dat het kabinet is gevallen over de missie in Uruzgan is dodelijk. Eerst was er nauwelijks handelingsvrijheid, omdat onze aanwezigheid in Afghanistan zo controversieel was. Daarna was er geen handelingsvrijheid omdat de demissionaire regering geen belangrijke besluiten mag nemen.
We hebben een goede expeditionaire krijgsmacht. Defensie is erin geslaagd om het Koude Oorlog-apparaat te transformeren tot een moderne krijgsmacht. Daarom zijn we als klein land koploper en hebben we een goede naam. Maar om klaar te zijn voor de onzekerheden van de toekomst moeten we nu een nieuwe slag maken naar strategische lenigheid.
Lenigheid creëer je door je opties open te houden, door terughoudend te zijn met kapitale investeringen met een hele lange levensduur, door jezelf niet teveel vast te leggen. De vrijheid van handelen vergroot je ook door de risico’s te spreiden over allerlei samenwerkingsverbanden met een breed scala aan partners. Binnen de overheid en met andere veiligheidsorganisaties als politie en brandweer; met andere overheden en krijgsmachten; maar zeker ook met niet-gouvernementele organisaties en het bedrijfsleven.
Kunnen we dat allemaal wel betalen?
Met minder budget aan meer verwachtingen voldoen, dat is de opdracht. Dat dwingt ons slim te kiezen met beperkte middelen. Dit begint met afwegingen op een heel globaal niveau. Daarbij moet je appels met peren vergelijken. Hoe maak je de afweging tussen de aanpak van een pandemie, zeespiegelstijging, georganiseerde misdaad of piraten in de Golf van Aden? Gaan we de dijken verzwaren, een vaccin ontwikkelen of de Joint Strike Fighter kopen? Waarschijnlijk van allemaal wat, maar in welke balans? Daarvoor moeten we nieuwe benaderingen ontwikkelen. En die balans zal mee moeten ademen met ontwikkelingen die we onmogelijk allemaal van tevoren kunnen uittekenen. Zo komen we weer terug op de noodzaak van strategische lenigheid. Snel kunnen schakelen is essentieel: van een abstract anticiperen op een scala aan kansen en bedreigingen naar concrete actie als een van de mogelijkheden zich echt voordoet. Dat betekent niet per sé dat we alle capaciteiten vroegtijdig in eigen huis willen hebben. Wellicht kunnen we de ‘hardware’ ook verwerven wanneer het echt nodig is. Via inhuur, leasecontracten, door diensten in te kopen of hoe dan ook.
Welke bijdrage gaat Strategy & Change leveren?
Ons programma gaat die grote kluwen aan bedreigingen en uitdagingen in kaart brengen en continu actualiseren. Wij gaan de consequenties van onze risicoanalyses presenteren en concrete observaties en aanbevelingen doen zodat er beslissingen genomen kunnen worden. Wij doen het voorbereidende werk voor de noodzakelijke beleidskeuzes.
Door naar buiten te treden met onze bevindingen zorgen we ook voor de noodzakelijke bewustwording onder besluitnemers en de bevolking dat pijnlijke keuzes onvermijdelijk zijn. De politiek laat vaak de oren hangen naar bezwaren van de publieke opinie. Dat is wel begrijpelijk want pijnlijke beslissingen ga je liever uit de weg. Maar we kunnen niet langer pappen en nathouden als we ook voor de toekomst klaar willen staan.
Wij redeneren objectief vanuit een overkoepelend perspectief. Sommige, verstrekkende maar noodzakelijke, beslissingen moeten ‘top-down’ genomen worden omdat je ‘bottom-up’ niet van de gevestigde belangen loskomt. Zodra je een keus maakt, zal er altijd wel iemand ontevreden zijn, maar dan moet je standvastig zijn en niet onder druk van de publieke opinie weer gaan draaien. Dat heet leiderschap, als individu, als organisatie, als land.