Rob Weterings
“De tijd voor actie is aangebroken”
Gesprek met Rob Weterings, Duurzaamheid
De roep om een transitie naar duurzaamheid klinkt al langer. Hoe dringend is die noodzaak?
We zijn eigenlijk al tien jaar te laat. Ik behoor niet tot de doemdenkers die zeggen dat we naar de knoppen gaan, maar de manier waarop wij in onze behoeftes voorzien is niet houdbaar, dat staat vast. We moeten en zullen een transitie maken naar duurzaam produceren en consumeren. Dat besef is er bij de meeste inderdaad al langer, maar nu is de tijd om dat ook echt te doen.
Is dat niet erg alarmistisch?
Nee, daar ben ik veel te analytisch voor ingesteld. We zijn nu de contouren voor de komende generaties aan het schetsen. Wat is de wereld die wij onze kinderen en kleinkinderen willen nalaten? Dat klinkt misschien als een cliché, maar het is wel degelijk de afweging. Klimaatverandering is een feit. Sceptici wijzen op enkele onzekerheden en onnauwkeurigheden in een rapport, maar zou jij de risico’s van het broeikaseffect voor je rekening willen nemen omdat je niet gelooft in de wetenschap?
Wat weten we zeker?
Nu we geavanceerde rekenmodellen hebben, kunnen we de internationale gevolgen van ons gedrag beter inschatten dan ooit tevoren. Dat inzicht dwingt ons verantwoordelijkheid te nemen. Vroegere generaties vroegen zich dat niet af. De implicaties van hun handelen waren vooral lokaal. Nu de mondiale bevolkingsgroei en de economische groei in met name China in een stroomversnelling zijn gekomen, zijn de gevolgen wereldwijd op veel grotere schaal voelbaar en herkenbaar.
Waarom is 2010 een kantelpunt?
Omdat je in Nederland talloze lokale en individuele initiatieven ziet opkomen. Ik doel op burgerinitiatieven en gemeentelijke projecten waar de nationale overheid niet bij nodig is geweest. De mensen doen het uit zichzelf. Ik doel op milieuorganisaties die samen met het bedrijfsleven kijken naar oplossingen in plaats van daar alleen maar tegen te ageren. Wanneer deze beweging kritische massa krijgt, kan je spreken van een kantelpunt. Het betekent dat de samenleving ontvankelijk is voor de noodzakelijke maatregelen om een omslag naar duurzaamheid te maken. Niet omdat de overheid het oplegt, maar omdat de mensen erom vragen.
Hoe doet Nederland het op gebied van duurzaamheid?
Nederland is een uitstekende testomgeving voor vernieuwingen. Daarom doen we aardig mee op het gebied van Research & Development. Het probleem is echter dat we vaak wel de eerste stap voor het ontwikkelen van nieuwe opties zetten, maar vervolgens niet doorzetten. De overheid stimuleert de ontwikkeling, maar de geldende filosofie is dat de markt vervolgens zelf voor toepassing moet zorgen. Maar wat als de markt dat niet kan of wil? Het speelveld voor oude en nieuwe toepassingen is namelijk niet gelijk. Het bedrijfsleven werkt niet per definitie ten gunste van het algemene belang. Het uitrollen van grote duurzaamheidsprojecten in Nederland blijft sterk achter in vergelijking met bijvoorbeeld Duitsland en Zweden. In dat opzicht ben ik niet zo positief over ons eigen presteren.
Wat let ons?
Laat ik de transitie naar duurzame energie als voorbeeld geven. In Nederland hebben nieuwe schone alternatieven een ernstig concurrentienadeel door de beschikbaarheid van goedkoop gas. Onze gasinfrastructuur is in de loop der jaren met veel overheidsinvesteringen opgebouwd tot het hoogwaardige net waar we nu over kunnen beschikken. Voor nieuwe energie-opties moet de energie-infrastructuur nog opgebouwd of aangepast worden en dat brengt dus extra kosten met zich mee. Ook hebben nieuwe opties nog geen schaalvoordelen kunnen realiseren. Om die redenen lijkt de overgang naar een energievoorziening op basis van zon, wind of biomassa al snel economisch ongunstig. Daar komt nog bij dat elke kostenvergelijking tussen fossiele en duurzame energie mank gaat zolang je de maatschappelijke kosten van deze opties niet meerekent. Het gebruik van olie en gas leidt op termijn tot risico’s waarvoor de samenleving nu al kosten maakt, bijvoorbeeld in de verhoging van dijken. Eigenlijk zou je de investeringen in duurzame energie dus moeten afzetten tegen de vermeden kosten van klimaatverandering. Maar meestal gebeurt dat niet. Last but not least zijn er met de transitie naar duurzame energie grote belangen gemoeid. De gevestigde orde wil dat Nederland zo lang mogelijk olie en gas gebruikt en zich ontwikkelt tot de gasrotonde van Europa. Een omschakeling naar een meer decentrale energievoorziening op basis van zon, wind en biomassa draagt daar niet aan bij.
Waarom zou Nederland voorop moeten lopen? We kunnen toch ook inhaken wanneer het economisch voordelig is?
Het is waar dat Nederland de wereldproblemen niet zal oplossen door koploper te zijn in duurzaamheid. Daar zijn we veel te klein voor. Maar we kunnen wel degelijk een verschil maken met de hoogwaardige kennis en technologie die we hebben ontwikkeld. Voorop lopen in duurzame innovatie is ook in ons eigen belang, want als we achterblijven, zullen onze kennisinstellingen en bedrijven economische kansen missen en hun concurrentiepositie zien verzwakken. En dan is er nog de morele verplichting tegenover de generaties na ons.
Is er enige urgentie bij de politiek te bespeuren?
Ja en nee. Kamerbreed is er een actieprogramma voor duurzaamheid opgesteld. Dat is nogal wat. Alle politieke partijen onderschrijven daarmee de noodzaak van de transitie naar duurzaamheid. Maar de acties gaan te langzaam. Kijk bijvoorbeeld naar duurzame mobiliteit. Sinds kort is het besef doorgedrongen dat ook in deze sector het beginsel dat de vervuiler betaalt zou moeten gelden. En er zijn allerlei manieren om dat in maatregelen te vertalen. Misschien kan de kilometerheffing niet op een meerderheid rekenen, maar welke oplossing dan wel? Politieke partijen, ook in de oppositie, hebben de verantwoordelijkheid om richting te geven, oplossingen aan te dragen, niet alleen maar maatregelen te blokkeren en af te schieten.
De traagheid van actie heeft natuurlijk ook te maken met ons bestuurlijke model waar iedereen aan te pas komt. De uitvoering van een plan is vaak hopeloos ingewikkeld en de langzaamste schakel bepaalt bij ons het tempo. We hoeven ons niet te vergelijken met Singapore, maar soms ben ik wel een beetje jaloers op landen met meer bestuurlijke slagkracht. We missen het leiderschap dat de vergezichten in concrete actie kan vertalen en dat ook met daadkracht kan doorvoeren in ons bestel.
Waar moet Nederland op inzetten?
De drie grote duurzaamheidsvraagstukken in de toekomst betreffen energie, materialen en biodiversiteit. De Nederlandse agrofoodsector heeft internationaal bezien een bijzonder sterke kennis- en concurrentiepositie. Deze sterkte kan worden benut voor de ontwikkeling van een sterke positie in groene chemie en bio-energie. Juist voor ons land is de zogeheten bio-based economy, waarin planten de basis zijn voor onze energie- en materiaalhuishouding, een wenkend perspectief voor economie en milieu. Een ander voorbeeld is de vervanging van dierlijke eiwitten door plantaardige eiwitten. De Nederlandse consumptie van vlees en zuivel heeft een ruimtebeslag van ongeveer 2,2 miljoen hectare, waarvan vier vijfde deel buiten Nederland. Dat enorme ruimtebeslag gaat ten koste van natuurlijke ecosystemen en leidt tot verlies van biodiversiteit. En dan heb ik het nog niet over de gezondheidsrisico’s voor mens en dier en de problemen rond dierenwelzijn die samenhangen met onze intensieve veehouderij. Met de kennis die we hebben is Nederland een prachtige locatie om zuivel en vlees te vervangen door hoogwaardige alternatieven op plantaardige basis. Dat vereist wel dat we inzetten op technologieën om met plantaardige eiwitten hoogwaardige voedselproducten te maken.
Wat is de rol van Strategy & Change hierin?
Als je het totale plaatje niet ziet, kan je ook de juiste keuzes niet maken. Strategy and Change signaleert de wereldwijde trends waarop ook Nederland een antwoord moet formuleren en confronteert beleidsmakers met denkbare oplossingsrichtingen.