Tom van der Horst

“Innovatie moeten we uitdagen”

Gesprek met Tom van der Horst, Technologie & Innovatie

Hoe staat Nederland er internationaal voor?

Nederland is verworden tot een middenmoter. Wat betreft investeringen in kennis en innovatie scoren we lager dan we ons hebben voorgenomen. We willen internationaal bij de top vijf horen, maar zitten in werkelijkheid niet eens bij de top tien van de competitieve economieën.

Wij houden de hand op de knip, terwijl de landen waar wij ons aan spiegelen juist meer investeren in kennis en innovatie. Kijk maar naar Duitsland en Frankrijk.

De industrie staat onder druk. De verplaatsing van bedrijvigheid en Research & Development naar het buitenland zet door. Ook in absolute zin neemt het aantal werknemers in de industrie af. Dan kan je zeggen, da’s mooi, wat dat komt door een stijging van de arbeidsproductiviteit. Maar in werkelijkheid ondermijnen we de basis van een gezonde economie door de industrie te verwaarlozen. We kunnen niet alleen op de dienstensector drijven. De industrie moet gestimuleerd en uitgebreid worden mede voor de export. Alleen dat houdt de motor van innovatie gaande. We moeten onze sterktes veel scherper gaan benoemen om mee te blijven spelen in het spel dat innovatie heet.

Hoe is dat zo gekomen?

We zijn teruggezakt omdat we ons teveel hebben laten leiden door het vrije marktdenken. De onzichtbare hand van de markt zou de benodigde innovatie immers teweegbrengen. Onder invloed van het oud-economisch denken waren we voorstander van het uitbesteden van de industriële productie. Nederland zou zich gaan toeleggen op hoogwaardige diensten, dan zouden we vanzelf wel een kenniseconomie worden. Dat is een misvatting. Want waar worden nu de elektrische auto’s ontwikkeld? In China. Ze gaan ons vierkant voorbij. Het was volstrekt naïef om te denken dat wij het met kennis zouden winnen zonder actieve bemoeienis van de overheid. Innovatie en technologie werd tot nu toe alleen generiek gestimuleerd. Omdat er geen prioriteiten werden gesteld, werd het geld breed en dun uitgesmeerd. Er was geen kritische massa om echt momentum te maken. Pas sinds begin deze eeuw beginnen we ons te realiseren dat de markt niet alles oplost, en dat we voor sleutelgebieden en maatschappelijke innovatie agenda’s moeten kiezen. Op het gebied van duurzaamheid is het transitiedenken op gang gekomen, dat marktinitiatief koppelt aan een overheid die uitdaagt.

Maar Nederland doet toch best leuk mee?

Ja, er is gelukkig ook goed nieuws. Nederlanders zijn relatief goed opgeleid. Er is een grote poel hoog opgeleide mensen die klaar staat om de noodzakelijk slag te maken. En we zijn sterk op een aantal sleutelgebieden zoals high tech systems, chemie, agro & food, maritiem en water. Bovendien hebben we een markt met koopkrachtige hoog opgeleide kritische consumenten. Dat maakt Nederland een zeer goede testmarkt. Als je hier iets kan verkopen, dan kan je het ook elders aan de man brengen. Dat voordeel moeten we veel meer gaan benutten. En dan denk ik niet aan een i-Phone, maar veel meer aan producten voor de zorg en volksgezondheid.

Als er nu niets gedaan wordt, hoe staat Nederland er dan voor over twintig jaar?

Het is echt menens, want we worden dan links en rechts ingehaald. Dat zal onherroepelijk leiden tot daling van de welvaart. Economische groei en vergrijzing gaan alleen samen als je de arbeidsproductiviteit verhoogt en dat lukt alleen door industriële innovatie. Diensten zijn per definitie mensenwerk. Met meer ICT maak je de dienstensector nog een beetje efficiënter in de komende jaren, maar dat is het dan ook. Bovendien wordt alles duurder. De zorg, energie, en het klimaatbestendig maken van Nederland gaat veel geld kosten. Dat trekken we niet als we niet innoveren. Dan moeten we alles inkopen en worden we afhankelijk van leveranciers die onze normen en waarden niet delen met alle ‘moral hazards’ vandien.

Is daar in Nederland voldoende begrip voor?

Nee, niet bij de mensen die erover gaan. Het merendeel van de economen is het nog altijd niet eens met actief stimuleren en richting geven aan industrie en technologische ontwikkeling. Ze zijn ervan overtuigd dat marktwerking de gaten zal dichten. Maar het gaat niet vanzelf. Je kunt er niet vanuit gaan dat het bedrijfsleven aan alle maatschappelijk noodzakelijke behoeftes denkt. We zouden moeten nadenken over een nieuwe economie, een maatschappelijk relevante economie waarmee we ons onderscheiden. Zo niet, dan worden we een speelbal van grotere krachten. Dat geldt voor allerlei gebieden, zoals duurzaamheid, welzijn en veiligheid.

Wat is er nodig om het tij te keren?

Daar zijn we met z’n allen intelligent genoeg voor. Maar het vergt wel een onorthodoxe benadering. Innovatie zal veel meer een spel moeten worden van overheid en bedrijfsleven samen.

Wat vindt de overheid op lange termijn maatschappelijk wenselijk? Daarmee hebben we al enige ervaring met de Maatschappelijke Innovatie Agenda’s die door de ministeries zijn geformuleerd. Daarmee lopen we in Europa voorop. De Europese Commissie wil hetzelfde doen voor de Europese Unie onder het mom van de ‘Grand Societal Challenges’. Maar dat vergt wel veel meer dan generiek stimuleren. We moeten de koplopers identificeren en vrijspelen. Niet alleen de gevestigde sleutelgebieden verder versterken, want die doen het toch al goed. Loop ze vooral niet voor de voeten en help ze waar nodig met slim maatwerk en regelgeving. Wat er echt moet gebeuren is het ondersteunen van opkomende nieuwe sleutelindustrieën, en dat zijn wat mij betreft duurzame energie en de medische zorg voor een vergrijzende bevolking. Beide moeten gestimuleerd worden met wettelijke ondersteuning en relevant onderwijs.

Maar valt daar ook geld mee te verdienen?

We maken altijd de fout door ons af te vragen waarmee we nu, vandaag de dag, ons geld verdienen. De echte vraag moet zijn waarmee we ons geld ‘gaan’ verdienen. Welke maatschappelijke problemen gaan we oplossen? We moeten kijken naar wat de samenleving van de markt gaat vragen, niet wat die nu al vraagt. Een Deltaplan voor de vergrijzing bijvoorbeeld, dat is waar Nederland geld aan gaat verdienen. Als we daarvoor de beste producten kunnen bedenken, ontwikkelen en produceren, dan heb je het nieuwe sleutelgebied naar je hand gezet. Die producten kan je niet alleen in Nederland verkopen, maar vooral ook in andere landen met vergrijzing en een hoge koopkracht.

Hoe gaat Strategy & Change daar een bijdrage aan leveren?

Met dit programma zullen we een bewustwording teweegbrengen en versterken dat een nieuw industriebeleid noodzakelijk is. De overheid als leider van innovatie klinkt heel ouderwets en dat moeten we ook niet terugwillen. Maar er is wel interactieve overheidssturing nodig. De overheid moet optreden als uitdager van de markt. Niet alleen door subsidies, want die kunnen averechts werken, maar door wetgeving bijvoorbeeld. We moeten iets verzinnen om aan slagkracht te winnen. De koplopers vragen daarom. Heus, je zult zien dat het bedrijfsleven veel meer van de overheid wil dan de overheid ooit voor mogelijk heeft gehouden.